Onderwerp Plantage Muidergracht; Overmoed & Geluk
1698027473_9f6a796ea2_t.jpg

Video's | Foto's | Audio

Loading...,
Door

Door Rosalie Anstadt, Wietse Leever, Wouter van Noort
Gepubliceerd: 11 februari, 2010

Plantage Muidergracht - Op 30 september 1943 verklaarde de Duitse bezetter Amsterdam judenrein. In een tijdsbestek van minder dan vijftien maanden was het merendeel van de Amsterdamse Joden uit de stad weggevoerd. Duizenden waren tijdens zogeheten razzia's opgepakt; vele tienduizenden anderen hadden zich na een oproep van de Duitse bezetter zelf gemeld bij Hollandsche Schouwburg. Vandaar waren ze overgebracht naar het doorgangskamp Westerbork, van waaruit de deportaties naar de concentratiekampen in het oosten van Europa plaatsvonden. Ondertussen confisqueerde verhuisfirma Puls de waardevolle eigendommen in hun woningen, waarna buren en andere stadsgenoten de lege woningen plunderden. Joods Amsterdam lag er eind 1943 letterlijk en figuurlijk verlaten bij.

Niettemin leefden er in Amsterdam nog enkele duizenden Joden, zij het in volstrekte illegaliteit. Zij waren erin geslaagd te ontsnappen aan de deportaties en zaten ondergedoken op verschillende adressen. Onderduiken was een riskante en onzekere onderneming. Als een onderduiker ontdekt werd door de Duitsers liep het slecht met hem af. Bovendien was het niet gemakkelijk een veilig adres te vinden. Onderduiken kostte vaak veel geld. Zelden waren onderduikgevers bereid of in staat onderduikers zelfstandig te onderhouden. Gezinnen werden uit elkaar gerukt, omdat er per adres vaak maar plaats was voor een of twee onderduikers.

Het ene onderduikadres was veiliger en comfortabeler dan het ander. Maar zekerheid was er nooit. Verraad lag altijd op de loer. Dat ondervond bijvoorbeeld het gezin Frank, bekend door dochter Anne Frank, die tijdens de onderduik een later wereldberoemd geworden dagboek bijhield. In andere gevallen leek een onderduikadres veilig, maar bleken de onderduikgevers samen te werken met de Duitsers. Duizenden Joden werden op deze wijze verraden. In totaal zijn er meer dan honderdduizend Nederlandse Joden in minder dan twee jaar tijd vermoord. In Amsterdam bevond zich de meest omvangrijke Joodse gemeenschap van Nederland. Voor de oorlog was 10 procent van de Amsterdammers Joods. Slechts een kwart hiervan overleefde de vervolging.

Tot die overlevenden behoren Milo Anstadt (1920) en Lidy Dallinga - Bleiberg (1920). Aan het begin van de oorlog traden zij in het huwelijk en in maart 1942 kregen zij een dochtertje, Irka. Gedurende de eerste oorlogsjaren waren zij nog niet in het bezit van valse persoonsbewijzen. Als ze in die periode aangehouden werden, waren ze hun leven niet zeker. Voor de oorlog was het echtpaar via de Oost-Joodse emigrantenvereniging Anski in aanraking gekomen met de communistische ideologie. Anski was na de Eerste Wereldoorlog opgericht, en bestond vooral uit sociaaldemocraten, communisten en anarchisten. Dankzij contacten binnen Anski kon hun dochtertje worden ondergebracht bij een pleeggezin in Beverwijk. Ook Milo en Lidy konden via de hulp van deze beweging onderduiken. In de loop van de oorlog begonnen zij echter steeds meer te twijfelen aan de communistische ideologie. Toen de Duitse Communistische Partij hiervan op de hoogte raakte bezocht een belangrijk figuur binnen de partij het echtpaar, om te informeren of zij daadwerkelijk afstand hadden genomen van de ideologie. Milo Anstadt bevestigde dit en vanaf dat moment hebben Milo en Lidy nooit meer iets van de partij vernomen.

Ze zochten contact met een Nederlandse verzetsorganisatie. Vanaf dat moment brak er voor Milo en Lidy een nieuwe fase aan. De onderduikadressen die ze via deze organisatie aangewezen kregen bleken een stuk aangenamer dan de adressen die ze via de communistische verzetsorganisatie verkregen hadden. In de winter van 1943 zaten Milo en Lidy ondergedoken in een pand aan de Prinsengracht. De sfeer was ontspannen en dit werd versterkt door het feit dat Milo en Lidy eindelijk in het bezit waren van goed vervalste persoonsbewijzen. Zo konden ze zich af en toe op straat bewegen zonder vogelvrij te zijn. Begin 1944 begon de eigenaar van het pand echter zenuwachtig te worden. Hij vreesde alsnog ontdekt of verraden te worden. Milo en Lidy konden niet langer blijven.

Zij besloten de stoute schoenen aan te trekken en op zoek te gaan naar een geschikte huurwoning. Hun zoektocht begon in de voormalige Jodenbuurt, aangezien hier veel huizen leeg stonden. Al snel vonden zij een pand aan de Plantage Muidergracht, nummer 89. Aan de buitenkant van het pand hing een bordje met de tekst: %u2018Huis te huur bij Petrus van Bruggen', een bekende NSB'er. Mede op advies van vrienden besloot Lidy alleen bij de eigenaar langs te gaan, omdat zij er minder Joods uitzag dan haar echtgenoot. En zo gebeurde het dat Lidy, onder het portret van Mussert, het huurcontract tekende. Een week later nam het echtpaar zijn intrek in de woning. Een jaar later, op 8 mei 1945, vierden zij samen met enkele andere onderduikers de bevrijding. Ook hun dochtertje had de oorlog overleefd. Het was feest op de Plantage Muidergracht. Het echtpaar bleef hier tot 1959 wonen.

Literatuursuggesties:

Anstadt, Milo, De verdachte oorboog (Amsterdam/Antwerpen 1996).

Frank, Anne, Het Achterhuis. Dagboekbrieven 14 juni 1942 - 1 augustus 1944 (Amsterdam, 1947).

Liempt, Ad van, De Oorlog (Amsterdam 2009).

Plantage Muidergracht
Lokaties | Kaart
Klik hierboven op Lokaties of Kaart en zoek de lokaties en media die bij dit onderwerp horen. Onder de kaart staat uitleg over de gebruikte symbolen.
Lokatie Video Foto
Audio
Auteur
Rosalie Anstadt
Biografie van Amsterdam
<pre>Rosalie Anstadt</pre>
Rosalie Anstadt (28 augustus 1986) heeft in 2009 haar bachelor Geschiedenis afgerond aan de Universiteit van Amsterdam. Ze heeft gekozen voor de vervolgopleiding Publieksgeschiedenis. Gedurende haar bacheloropleiding heeft zij enkele maanden stage gelopen bij het productiebedrijf Tijdsbeeld Media te Hilversum. Naast een grote interesse voor audiovisueel archiefmateriaal en de presentatie hiervan heeft zij ook interesse voor journalistiek onderzoek, gebaseerd op schriftelijk bronmateriaal. Zo heeft zij samen met Adriaan Rottenberg in opdracht van Joods Maatschappelijk Werk het boekje: Kinderen die alles moesten goedmaken (2007) samengesteld. (meer)
Wietse Leever
Biografie van Amsterdam
<pre>Wietse Leever</pre>
Wietse Leever (1983) volgt sinds september 2009 de Master Publieksgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens zijn Bachelor Geschiedenis (afgerond in 2008), liep hij stage in Het Spoorwegmuseum en schreef hij teksten voor de tentoonstelling Beroepen Op Het Spoor. (meer)
Wouter van Noort
Biografie van Amsterdam
<pre>Wouter van Noort</pre>
Wouter van Noort (1985) heeft een bachelor Politicologie en is nu bezig met de laatste loodjes van de masteropleiding Journalistiek aan de UvA met als specialisatie tv. Tussen het studeren door freelancet hij bij NOS|Headlines: eerst een tijdje als verslaggever, nu voornamelijk als uitzendredacteur bij de radiojournaals op 3FM. Hij heeft een leuke stage gelopen bij Nova en na zijn bul gaat hij een paar maanden naar New York om daar bij Nova-correspondent Willem Lust een kijkje in de keuken te nemen. (meer)
Meest gerelateerde items
Waar informatie beschikbaar voor is
Lokaties & gebouwen
Plantage Muidergracht
Organisaties & Instellingen
Gebeurtenissen