Onderwerp Onderduiken na de oorlog; Indonesië-weigeraars
1698027473_9f6a796ea2_t.jpg

Video's | Foto's | Audio

Loading...,
Door

Door Maud van de Reijt, Laura Jonkhoff, Ingrid Kamerling
Gepubliceerd: 1 januari, 1970

Onderduiken na de oorlog; Indonesië-weigeraars - Na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 ontstond er in Nederlands-Indië een machtsvacuüm. De Indonesische nationalisten Soekarno en Mohammed Hatta maakten daarvan gebruik en riepen op 17 augustus de Republiek Indonesië uit. Dit was het begin van het einde van drieëneenhalve eeuw Nederlandse koloniale aanwezigheid. Vanaf oktober 1945 braken er gewelddadigheden uit. Tijdens deze zogenaamde Bersiap-periode keerden Indonesische paramilitaire milities zich tegen Indo-Europeanen, Britten, Chinezen, Ambonezen, Nederlanders, maar ook delen van de inheemse bevolking. Dit had een paar duizend doden tot gevolg. Met de zogenaamde ‘politionele acties' wilde Nederland naar eigen zeggen rust en orde herstellen. De acties mondden echter uit in een vier jaar lang durende koloniale oorlog over de vraag wie het in Indonesië voor het zeggen had. Op 27 december 1949 droeg Nederland officieel de soevereiniteit aan Indonesië over. Naar schatting 150.000 Indonesiërs en 5000 Nederlanders waren in de strijd om het leven gekomen.

Tussen 1946 en 1949 ontvingen ongeveer 100.000 dienstplichtige Nederlandse mannen een blauwe oproepkaart. In verschillende divisies vertrokken ze per boot naar Indonesië. Er waren echter zo'n zesduizend mannen die, uit verschillende beweegredenen, niet aan deze oproep gehoor gaven: de Indonesië-weigeraars. De overheid beschouwde hen als deserteurs en dreigde met jarenlange gevangenisstraffen. Om deze straffen te ontlopen, doken veel Indonesië-weigeraars onder. De Marechaussee maakte verwoed jacht op hen. Sommigen weigeraars werden al snel ingerekend, anderen verdwenen jarenlang in de illegaliteit. Vaak sliepen zij op verschillende adressen en werkten zij illegaal bij diverse bedrijven.

De overheid bestempelde de weigeraars als laf: dienstweigering zou enkel voortkomen uit angst om te sterven en uit onwil het ‘veilige nest' te verlaten. In werkelijkheid hadden de weigeraars politieke redenen of motieven van levensbeschouwelijke aard om niet naar Indonesië te willen vertrekken. Onder de weigeraars bevonden zich bijvoorbeeld communisten die net als sommige anderen tegen de Nederlandse aanwezigheid in Indonesië waren en daarom niet tegen mensen wilden vechten die in hun ogen slechts voor hun rechten opkwamen. Andere weigeraars wilden vanuit hun christelijke geloof geen geweld gebruiken. ‘Gij zult niet doden', hadden zij geleerd. Veel mannen hadden na vijf jaar bezetting en oorlog gewoon genoeg van onrust en geweld.

Voor een aantal van hen betekende dienstweigeren voor een tweede maal onderduiken. Ditmaal verborgen zij zich niet voor de Duitse bezetter, maar voor de eigen, Nederlandse staat. Vaak vonden ze een plek bij mensen die ook tijdens de Tweede Wereldoorlog onderduikers hadden geholpen. Het helpen van onderduikers was na 1945 wederom strafbaar. Het optreden van de Marechaussee riep bij sommige mensen nare herinneringen op. Bij ‘razzia's sloot men complete wijken af om verscholen dienstweigeraars in te kunnen rekenen. Bij een demonstratie in Amsterdam tegen de eerste troepenzending naar Indonesië was in 1946 bovendien een demonstrant door een agent van de Marechaussee doodgeschoten.

Na de soevereiniteitsoverdracht ging de Nederlandse overheid door met het berechten van de Indonesië-weigeraars. Tot ver in de jaren vijftig zijn er weigeraars vervolgd en door de krijgsraad veroordeeld tot jarenlange gevangenisstraffen. Ze kwamen terecht in strafkampen als Vught, Veenhuizen en Schoonhoven, waar eveneens voormalige SS-ers en NSB-ers gevangen werden gehouden. Veel weigeraars hadden hierdoor het gevoel dat ze aan hen werden gelijkgeschakeld. Na hun vrijlating, was het voor de meeste weigeraars niet gemakkelijk om weer een normaal leven op te bouwen. Velen konden bijvoorbeeld maar moeilijk aan werk komen omdat er in hun paspoort stond dat ze gevangen hadden gezeten Tot op de dag van vandaag pleitten de Indonesië-weigeraars voor rehabilitatie.

Jan van Luyn

Vluchten, onderduiken en de angst om gepakt te worden. Vele jaren tekende dit het leven van de Utrechtenaar Jan van Luyn (1926). In 1944 dook hij als achttienjarige onder om te voorkomen dat hij voor de Duitse bezetter dwangarbeid moest verrichten. Een jaar na de bevrijding dook Van Luyn opnieuw onder. Dit keer verborg hij zich echter voor de eigen, Nederlandse overheid.

In 1946 werd Jan van Luyn als dienstplichtige opgeroepen om de orde in het onrustige Nederlands-Indië te herstellen. Van Luyn wilde vanwege zijn christelijke geloofsovertuiging niet vechten in Indonesië. ‘Gij zult niet doden', had hij immers geleerd. Tijdens zijn inschepingverlof nam hij de benen en vertrok naar Amsterdam. De Nederlandse Bond van Militairen hielp hem aan zijn eerste onderduikadressen in de Amsterdamse Spaarndammerbuurt.

Later verbleef hij bij een gezin in Amsterdam Noord, in een woning in West, in de timmerwinkel op de NDSM-werf en zelfs een korte periode op het Centraal Station. In totaal heeft Van Luyn in bijna vier jaar tijd op zeven verschillende plaatsen ondergedoken gezeten. Zijn adressen kreeg hij meestal toegespeeld via een contact bij NDSM-werf, zijn illegale werkplek.

Op zijn allereerste adres, bij een communistisch gezin in de Houtrijkstraat, kreeg Van Luyn een relatie met de oudste dochter des huizes, Aafje Oudes. Hij kon aanvankelijk als onderduiker een redelijk normaal bestaan leiden: hij had werk, hij had verkering en hij had veelal een eigen kamer op de adressen waar hij verbleef. Toch was zijn leven niet zo normaal: Jan van Luyn ‘bestond niet'. Als onderduiker kon hij officieel geen werk vinden, geen huis kopen en niet trouwen. Niettemin verloofde Jan zich in 1949 stiekem met Aafje in een vakantiehuisje op de Hilversumse hei. Met zijn eigen familie had Van Luyn jarenlang slechts via brieven contact. De Marechaussee bezocht zijn ouders namelijk wekelijks, in de hoop sporen van Jan aan te treffen. Met andere weigeraars sprak hij amper. Uit angst om gepakt te worden hielden de meesten zich stil. Pas na zijn onderduikperiode hoorde Van Luyn dat er op de NDSM-werf ongeveer tweehonderd weigeraars hadden gewerkt.

Op 7 juni 1950 werd Van Luyn door de Marechaussee ingerekend, toen hij op de fiets op weg was naar zijn werk. Naar eigen zeggen was hij opgelucht dat hij was gepakt. Leven in de anonimiteit was zwaar: drieëneenhalf jaar had hij zich opgejaagd gevoeld. De krijgsraad veroordeelde Van Luyn tot een gevangenisstraf. Na twee jaar en zes maanden komt hij vrij.

NDSM-werf
Lokaties | Kaart
Klik hierboven op Lokaties of Kaart en zoek de lokaties en media die bij dit onderwerp horen. Onder de kaart staat uitleg over de gebruikte symbolen.
Lokatie Video Foto
Audio
Auteur
Maud van de Reijt
Biografie van Amsterdam
<pre>Maud van de Reijt</pre>
Maud van de Reijt (1982) is een historica met een zwak voor de actualiteit. Daarom koos zij na haar studie geschiedenis aan de UvA voor de audiovisuele variant van de Master Journalistiek en Media. Maud deed research voor het crossmediale VPRO-project Plaats van Herinnering en voor het televisieprogramma Andere Tijden. In het voorjaar van 2010 verschijnt bij Bert Bakker haar boek Zestig jaar herrie om twee minuten stilte. Hoe wij steeds meer doden gingen herdenken. Het is een bewerking van haar afstudeerscriptie over 4 mei waarmee zij eerder de Nationale Scriptieprijs won. (meer)
Laura Jonkhoff
Biografie van Amsterdam
<pre>Laura Jonkhoff</pre>
Mijn naam is Laura Jonkhoff, 23 jaar oud en ik woon in Amsterdam, de stad waar ik ben geboren en getogen. Ik heb op de 5e montessori- basisschool gezeten en mijn gymnasium op het Spinoza Lyceum gehaald. Daarna ben ik een half jaar in West-Afrika geweest. Mijn bachelor Geschiedenis heb ik afgelopen zomer aan de UvA na vier jaar afgerond en ik ben momenteel bezig met de master Publieksgeschiedenis, die ik erg interessant vind. (meer)
Ingrid Kamerling
Biografie van Amsterdam
<pre>Anoniem</pre>
Ingrid Kamerling (1981). Na mijn studie Psychologie te hebben afgerond, ben ik stage gaan lopen bij OOG TV, de lokale omroep van Groningen. Eerst op de nieuwsredactie, daarna als uitvoerend producent van een serie (pilot). Na in 2007 de Camjo opleiding te hebben gevolgd bij Open Studio in Amsterdam, ben ik definitief verhuisd naar de hoofdstad. In 2008 begonnen aan de Master Media en Journalistiek, Research en Redactie. Tijdens deze studie een researchstage gevolgd bij documentairemaakster Menna Laura Meijer. Vervolgens een zomerstage gelopen bij AT5; research, camera en montage voor zomerseries in het Nieuws. Momenteel werk ik als redacteur/ verslaggever bij het AT5 Nieuws. (meer)
Meest gerelateerde items
Waar informatie beschikbaar voor is
Mensen
Jan van Luyn
Lokaties & gebouwen
NDSM-werf
Organisaties & Instellingen
Gebeurtenissen