Onderwerp
Castrum Peregrini; Burcht der Onverzettelijken
|
|
|
|
Loading...,
Door |
Gepubliceerd: 17 februari, 2010
Bekeken:
1664
1664
Castrum Peregrini - De geschiedenis van Castrum Peregrini begon in 1942. In dat jaar betrok een bijzondere groep van mannen het appartement van de jonge kunstenares Gisèle Waterschoot van der Gracht (1912) en ontstond er een bijzondere vriendenkring in oorlogstijd. Het ondergedoken gezelschap wijdde zich aan het schrijven van gedichten en het lezen en bestuderen van literatuur. Voor de leden van Castrum Peregrini was dit veel meer dan alleen een manier om zich geestelijk te kunnen ontplooien: het werd een overlevingsstrategie in benauwde tijden. Of zoals één van de onderduikers het samenvatte: %u2018zolang wij gedichten schrijven kan ons niets gebeuren. De spil van deze vriendenkring was Wolfgang Frommel.
Wolfgang Frommel
Wolfgang Frommel werd in 1902 in Karlsruhe geboren als zoon van een Duitse theoloog. Hij groeide in Duitsland uit tot bekende literaire figuur, met zowel bewonderaars als mensen die hem verachtten. Veel personen die Frommel hebben gekend beschrijven hem als een charismatische, maar autoritaire man. Naast zijn werk werd hij door zijn bewonderaars geroemd om zijn kennis van de Europese cultuur.
Al vóór de oorlog had Frommel verschillende publicaties op zijn naam staan, vooral gedichten. In navolging van zijn grote voorbeeld, de Duitse dichter Stefan George, beschouwde hij dichters als profeten, bemiddelaars tussen God en mens, en zichzelf als een priester die de geestelijke cultuur als een schat moest bewaren en overdragen aan een jongere generatie. Daarnaast was de klassieke oudheid van grote invloed op al zijn werken en zijn levenswijze. Onderstaand fragment komt uit het boek Die Einkehr des Herakles (vertaald als De komst van Herakles), geschreven in de onderduikperiode. Het beschrijft een visioen dat Frommel als kind heeft gehad van de Griekse halfgod Herakles:
"Weer glanst zijn bruin godenlichaam tussen de omheinende meidoornhagen. Maar - wat ik toentertijd niet in staat was te doen: de sprong in de levensbedreigende diepte - schijnt mij nu zonder gevaar - want wie weet beter dan ik dat daar een halfgod met brede borst en wijd geopende armen mij verwacht? Al neig ik in het dagelijks leven tot behoedzame voorzichtigheid - toch klopt in mij nog altijd een wilde - nooit ingeloste begeerte naar die ene overgave aan de godenheld die het rijk der elementen toebehoort. Wat heb ik te verliezen als ik tot hem kom? Welke binding aan macht en bezit of aan familie kan mij tegenhouden - om toch nog door te breken in het open - onverhulde leven - waar hij - die ooit in levende lijve mijn bestaan binnenkwam - op mij wacht?"
Aanvankelijk meende de niet-joodse Frommel in nazi-Duitsland te kunnen blijven. Hij werkte onder andere voor Radio-Frankfurt en schreef gedichten. In 1937 verscheen Gedichte, een bundel geïnspireerd door de Klassieke Oudheid. De publicatie kwam onder aandacht van het nationaalsocialistische regime, dat constateerde dat Frommels boek niets positiefs kon betekenen voor het nieuwe Duitsland: sommige passages weerspiegelden zelfs de homoseksuele gevoelens van Frommel. Frommels oorspronkelijke sympathie voor het regime maakte plaats voor de angst dat hij zijn werk niet meer kon uitvoeren.
Frommel besloot uit te wijken naar het buitenland. Via Zwitserland, Italië en Frankrijk kwam hij in het Noord-Hollandse Bergen waar zijn vriend, de bekende dichter Adriaan Roland Holst woonde. Frommel voelde zich op zijn gemak in dit kunstenaarsdorp en kwam in contact met verschillende bewonderaars van kunst en literatuur. Hier ook leerde hij de jonge Gisèle Waterschoot van der Gracht kennen.
Gisèle had haar opleiding tot glazenier gevolgd bij Joep Nicolas. Naast glas-in-loodramen maakte ze portretten. Toen de oorlog uitbrak week ze samen met haar ouders uit naar Bergen. Gisèle wilde zich niet aansluiten bij de zogeheten Kultuurkamer. Daardoor liep ze als glazenier officiële opdrachten mis. Als particulier portretschilder kon ze echter wel gewoon blijven werken. Om opdrachten binnen te halen besloot ze een klein appartement aan de Amsterdamse Herengracht te huren.
Ondertussen verzamelde Frommel in Bergen een kring van jonge kunstenaarsvrienden om zich heen, waaronder Vincent Weyand en Chris Dekker. Ook had Frommel contacten met de internationale middelbare Quakerschool in Ommen: hij raakte er bevriend met enkele Joodse leraren en leerlingen, waaronder Claus Victor Bock en Friedrich W. Buri. Een aantal van deze vrienden zouden vroeg of laat deel uit gaan maken van de vriendenkring rond Castrum Peregrini.
Onderduiken aan de Herengracht
In 1942 begonnen de Duitsers met het %u2018schoonvegen' van de Nederlandse kustgebieden, als onderdeel van de Atlantikwall. Dit was een Duitse verdedigingslinie ter voorkoming van een geallieerde invasie. Frommel en zijn joodse vrienden waren niet langer veilig in Bergen. Frommel werd immers door de Gestapo verdacht van homoseksualiteit, ontliep de Arbeidseinsatz en onderhield contacten met vele joodse vrienden. Gisèle bood hen aan in haar appartement op de Herengracht onder te duiken. Hier werd de in Bergen ontstane vriendenkring verder uitgebouwd. Het kreeg de naam Castrum Peregrini, vertaald als %u2018Burcht der Onverzettelijken', een verwijzing naar de laatste burcht van de Kruisvaarders die in 1291 bij Haifa standhielden tegen de Mamelukken.
Wolfgang Frommel en Stefan George
De grote inspirator van Wolgang Frommel was de Duitse dichter Stefan George (1868-1933). Er is een duidelijke parallel zichtbaar tussen de positie van George en die van Frommel.
Stefan George werd geboren in 1868. Hij groeide uit tot het toonbeeld van de knappe, aanbeden homoseksuele dichter; hij was een charismatische antimodernist, met conservatieve en elitaire opvattingen, geïnspireerd door de Griekse Oudheid. Hij verzamelde tijdens zijn leven een hechte lezerskring van jonge intellectuelen en schrijvers om zich heen die hem vereerden en hem beschouwden als leermeester. De kern van deze bewonderaars werd gevormd door twaalf volgelingen, begaafde mannen die samen de zogenaamde "Georgekreis" vormden. Het gezamenlijk lezen van teksten was een belangrijk ritueel in de George-cultus. Frommel behoorde niet tot deze legendarische kring, maar kende wel enkele van deze bevoorrechten.
In Castrum Peregini leek Frommel de cultus rond zijn held en inspirator te imiteren. Hij nam, net als George, te midden van de jonge onderduikers de rol van aanbeden en inspirerende leermeester op zich en organiseerde een leeskring waaraan alleen knappe, begaafde mannen mochten deelnemen. Vrouwen waren hierbij niet welkom, zelfs Gisèle niet.
Rond Castrum Peregrini hing een sfeer van homoseksualiteit. In verschillende gedichten van de onderduikers kwam dit tot uiting. Claus Victor Bock beschrijft in zijn boek Zolang wij gedichten schrijven kan ons niets gebeuren (1985) een erotisch gespannen ontmoeting tussen hem en de veel oudere Frommel, waarbij een vonk "verwekkend oversloeg". Homoseksualiteit werd in de kringen rond Frommel als verheven en artistiek ervaren: zo onderwezen immers ook de Oude Grieken elkaar.
Contact met de Duitse bezetter
Frommel genoot niet alleen aanzien binnen kunstenaarskringen. Ook verschillende Duitse soldaten en officieren keken tegen deze niet-joodse literaire hoogvlieger op en bezochten hem op de Herengracht. Bock beschrijft in zijn boek de theevisite van een Duitse officier, waarbij hij als onderduiker thee moest schenken, terwijl Frommel en zijn bezoeker over kunst en literatuur praatten.
Frommel speelde dus met vuur, maar zijn goede relatie met de Duitse bezetter bleek tegelijkertijd de redding voor de joodse onderduikers. Bock beschrijft hoe hij tijdens een inval door de Grüne Polizei werd ontdekt. Omdat hij geen geldig identiteitsbewijs kon laten zien vreesde hij het ergste. Maar dan komt Frommel tussenbeiden. Na een kort onderonsje besloten de Duitsers weg te gaan. Zonder Claus Victor Bock.
Na de oorlog
Na de oorlog werd door de onderduikgroep de uitgeverij Castrum Peregrini opgericht. Al het werk dat in de oorlog was geschreven of vertaald werd vroeg of laat bij deze uitgeverij uitgebracht. Bijzonder is dat een aantal onderduikers bleven wonen bij Gisèle op de Herengracht. De vriendschap die in oorlogstijd was ontstaan werd zelfs mee genomen in het graf. Een aantal leden van Castrum Peregrini, waaronder Wolfgang Frommel liggen naast elkaar begraven op een kleine begraafplaats in Spaarndam.
Meest gerelateerde items
Waar informatie beschikbaar voor is
Waar informatie beschikbaar voor is
Organisaties & Instellingen
Gebeurtenissen

