Onderwerp
Het verscholen dorp
|
|
|
|
Loading...,
Door |
Gepubliceerd: 22 februari, 2010
Bekeken:
770
770
Het verscholen dorp - In 1937 vertrok de vijfjarige Walter Bartfeld met zijn Joodse familie vanuit Oost-Duitsland naar Den Haag. In de hofstad begon zijn vader een koffiebranderij, waarmee hij redelijk wat geld verdiende. Toen de oorlog uitbrak, besloot het gezin van dat geld een ‘vakantiehuis' te huren in Nunspeet: daar dreigde in hun ogen minder gevaar voor Joden.
Het huis bevond zich in dezelfde straat als dat van de gepensioneerde Amsterdammer Opa Bakker en zijn vrouw Tante Cor, met wie de Bartfelds al gauw contact legden. In 1943 werd de Jodenvervolging heviger en onderduiken noodzakelijk. Walter en zijn familie waren op dat moment al ondergedoken: in een woonwagen in het bos bij Nunspeet, overwoekerd door jonge sparren. Maar ook hier werd het ze te gevaarlijk, zeker toen ze ontdekt werden door een verliefd stel. De familie kwam in het voorjaar terecht in huize IDWO (In Drie Weken Opgebouwd), waar ze met twaalf andere Joden een tijd verbleven. Tot de telefoon ging: ze waren verraden. Ze vluchtten naar een hooiberg en van daaruit terug de bossen in.
In die bossen bouwde pa Bartfeld met hulp van een student, de Amsterdamse advocaat Von Baumhauer en Opa Bakker de eerste hut van wat later het Verscholen Dorp zou gaan heten. Het dorp werd op dat moment het Pas-Op-kamp genoemd. Niet als verwijzing naar het gevaar voor Duitsers, maar omdat het aan een weg lag die deze naam al sinds de Middeleeuwen droeg. De naam herinnerde aan de vele struikrovers die daar toen opereerden.
Op het hoogtepunt verbleven ruim 80 mensen in het kamp. Onder de onderduikers bevonden zich Joden, studenten die weigerden de loyaliteitsverklaring te tekenen, politieagenten die niet voor de bezetter wilden werken, jongeren die de Arbeitseinsatz ontdoken, geallieerde piloten en zelfs een gedeserteerde Duitse soldaat. Iedereen woonde in zelfgebouwde hutten, verdeeld over vier vakken. Deze waren gescheiden door brandgangen, die door niemand overgestoken mochten worden.
Walter las, speelde spelletjes, was altijd stil en had nauwelijks leeftijdsgenoten om zich heen. Hij kreeg les van een aantal volwassen bewoners. Opa Bakker en Tante Cor zorgden, per fiets, voor de bevoorrading van voedsel, schone kleding, kachels, potten en pannen, speelgoed en studieboeken. Maar ook veel andere inwoners uit Nunspeet waren op de een of andere manier bij het Verscholen Dorp betrokken. De gesloten gemeenschap wist het geheim goed te bewaren. Niettemin voelden de bewoners van het Verscholen Dorp constant angst om ontdekt te worden
In juli 1944 kwam er een meisje in het dorp wonen. Het was de zestienjarige Leni Duyzend, een Joods meisje uit Amsterdam dat al vele onderduikadressen had gehad. Vergeleken met die vaak benauwende plekken was het kamp bijna als een vakantie voor Leni. Ze kon buitenspelen en werd wakker met de zon en een frisse boslucht. Ze voelde zich voor het eerst niet opgesloten: Leni leerde Engels, las Shakespeare en wist zich omringd door lotgenoten. Ze bleef echter kort. Begin oktober vertrok Leni, omdat de kans om ontdekt te worden steeds groter werd. Daarbij werd het voor de Nunspeetse verzetslieden steeds ingewikkelder alle inwoners te bevoorraden.
Op 29 oktober ontdekten twee SS'ers het dorp. Ze vroegen meteen om versterking. Toen de bewoners een luid ‘Raus, raus!' horen, wisten ze hoe laat het was. Ze vluchtten alle kanten op en de meesten wisten te ontkomen. Acht bewoners werden echter gepakt en niet veel later gefusilleerd. Enkele maanden later kwamen de Duitsers bij toeval achter de betrokkenheid van Opa Bakker. In maart 1945 werd deze Amsterdammer, door velen gezien als oprichter van het Verscholen Dorp, geëxecuteerd.
Walter en zijn familie konden wel ontkomen, en vonden met de hulp van enkele verzetslieden een onderduikadres in een boerderij. Daar deden ze zich voor als Arnhemmers, gevlucht na de slag om Arnhem een maand eerder. Heel prettig was het niet op dit landgoed. De boer leek door te hebben dat de familie Joods was, en zinspeelde op aangeven.
Via een vroegere klant van zijn vader lukte het Walter om onder te duiken in Zwolle. Daar maakte hij de bevrijding mee. Zijn familie overleefde de oorlog eveneens. Na de HBS ging Walter naar een kibboets in Israel, waar hij biologie studeerde. Hij veranderde zijn naam in Ze'ev Bar, de naam die hij droeg toen hij in de jaren zestig terugkwam in Nederland en zich in Amsterdam vestigde. Hij wilde drukte, om nooit meer de stilte van de oorlog om zich heen te voelen.
Leni kwam na de oorlog weer samen met haar familie. Ze gingen terug naar Amsterdam, en betrokken hun oude huis. Haar hele leven bleef Leni in de hoofdstad wonen, laatstelijk in Buitenveldert, op tien minuten lopen van Ze'ev. Ze hebben elkaar niet gekend in het Verscholen Dorp. Hoewel ze daar dichtbij elkaar leefden, zagen ze elkaar nooit omdat ze in een ander vak zaten. Vakken zijn er niet meer. Nu komen ze elkaar regelmatig tegen - in de supermarkt.
Meest gerelateerde items
Waar informatie beschikbaar voor is
Waar informatie beschikbaar voor is
Lokaties & gebouwen
Organisaties & Instellingen
Gebeurtenissen


