Onderduiken in het hol van de leeuw -
De 'Arbeitseinsatz' in Amsterdam
In het voorjaar van 1943 besloot de Duitse bezetter tot het oproepen van jaarklassen. Op 6 mei 1943 moesten alle Nederlandse mannen tussen de 18 en 35 jaar zich melden bij een arbeidsbureau om in Duitsland tewerkgesteld te worden. Veel mannen weigerden dit en doken onder. Anderen meldden zich wel, maar kwamen vervolgens niet opdagen voor het transport. Ook waren er ambtenaren die de betrokkenen hielpen aan een vrijstelling. Hierdoor bleef het aantal mannen dat daadwerkelijk te werk werd gesteld beperkt tot zo'n 90.000 Nederlanders. Dit was slechts de helft van wat de Duitsers hadden verwacht.
Als reactie op deze tegenvaller organiseerden de Duitsers vanaf de zomer van 1943 in Amsterdam razzia's, die vooral tegen jonge onderduikers en weigeraars waren gericht. Begin 1944 verplaatste de aandacht van de Duitse autoriteiten zich naar Rotterdam en Zeeland, waar tienduizenden mannen werden ingezet bij de verdediging tegen het verwachte geallieerde offensief. Zo moesten zij zogenaamde 'Rommel-asperges' plaatsen, palen met draden daartussen die geallieerde parachutisten moesten hinderen. Velen werkten langzaam of probeerden te vluchten, omdat ze niet wilden meehelpen aan Duitse oorlogsvoorbereidingen op Nederlandse bodem. Er werd gedreigd ze naar een 'opvoedingskamp' te sturen.
Na Dolle Dinsdag (5 september 1944) voerden de Duitsers de druk sterk op, ook in Amsterdam. Een nieuwe opsporingsdienst moest nog effectiever naar ondergedoken mannen zoeken. Deze nieuwe dienst bestond uit leden van de Nederlandse politie, de Duitse
Ordnungspolizei en gewapende NSB'ers. De
Ordnungspolizei patrouilleerde met wagens in de stad, terwijl met jachtgeweren bewapende NSB'ers, de zogeheten Landwacht, te voet door de straten liepen en links en rechts jongemannen aanhielden:
"SD [Sicherheits Dienst], Grüne Polizei en Landwacht zetten straten en pleinen af, dwingen de mannen die zij er aantreffen in lange rijen te gaan staan, doorzoeken hun zakken, deelen slagen en stompen uit, jagen een deel der menschen daarna weer weg en stoppen de overigen in vrachtauto's die met onbekende bestemming wegrijden."
(Bron:
Het Parool, 19 september 1944)
De Duitsers voerden de opgepakte mannen naar een werkkamp in Ommen of het concentratiekamp in Amersfoort. Van daaruit werden ze naar Duitsland getransporteerd.
De toestand in Amsterdam werd steeds benauwder, zeker nadat in november 1944 tienduizenden mannen in Rotterdam waren opgepakt door politie en leger. Een Amsterdamse huisvader schreef op 22 november 1944 in zijn dagboek:
"Razzia! Razzia! Hoofdgedachte dezer dagen! Angst van iedereen! In Rotterdam zijn 50.000 mannen opgepakt! Hoeveel in Amsterdam en wanneer? Heel gauw! Zegt men. Gisteravond was er zelfs zekerheid: onze buurt was het eerste aan de beurt. Even voor achten werd er gewaarschuwd. Uit beslist betrouwbare bron wist men, dat er 's nachts een klopjacht gehouden zou worden. Maak dat je wegkomt, was het parool. Na enig gepraat heb ik me door een bevriende onderwijzer laten meetronen naar zijn school."
(Bron: Cecile van der Harten, Siebrand Krul, Geert Mak e.a.,
Als de dag van gisteren. Honderd jaar Amsterdam, de Amsterdammers en de oorlog, 1991).
Het gewapende Amsterdamse verzet bereidde ondertussen een tegenactie voor. Beducht voor een gewelddadige confrontatie sprak Willy Lages, het hoofd van de
Sicherheits Dienst in Amsterdam, zich uit tegen een razzia in de hoofdstad. Een grote razzia om arbeiders op te pakken kwam er dan ook niet in Amsterdam.
De Duitse bezetter ging daarom in december 1944 over op een meer administratieve aanpak. Alle bedrijven en instanties kregen opdracht op korte termijn vrijstelling voor onmisbare werknemers aan te vragen bij het Gewestelijk Arbeidsbureau. Werknemers zonder vrijstelling kwamen in aanmerking voor de
Arbeitseinsatz en liepen dus het risico bij razzia's opgepakt te worden. In een reactie verspreidde het verzet in de oudejaarsnacht van 1944 twintigduizend pamfletten met de oproep geen gehoor te geven aan de opdracht. Hierdoor aangespoord weigerden medewerkers van het Gewestelijk Arbeidsbureau de registratie te verzorgen. Toen vrijwilligers, merendeels NSB'ers, het werk toch uitvoerden, gooide het verzet een bom in het lokaal. Vijf beambten vonden hierbij de dood. De Duitse politie schoot daarop vijf gevangen verzetsstrijders en elf ambtenaren van het Gewestelijk Arbeidsbureau langs de Amsteldijk dood. Aan het ronselen van arbeidskrachten kwam echter in Amsterdam een einde.
Na de oorlog keerden vele tewerkgestelde jongens en mannen terug naar Amsterdam. Zij hadden heel verschillende dingen meegemaakt. De een had een relatief rustige en onproblematisch tijd gehad; de ander had in grote onzekerheid geleefd, ver van huis met zwaar werk en een mager loon. Zo'n 30.000 Nederlandse mannen hadden het niet overleefd.
In Overloon is een monument onthuld ter nagedachtenis aan hen die in Duitsland moesten werken.
Wist u dat:
- ... ongeveer zeven-en-een-half miljoen buitenlandse arbeiders en krijgsgevangenen tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitsland moesten werken?
- ... de grootste groepen gedwongen arbeiders 2,5 miljoen Russen, 1,5 miljoen Fransen, en 900.000 Polen waren?
- ... aan het eind van de oorlog er naar schatting ruim 381.000 Nederlandse arbeiders in Duitsland waren?
- ... er in totaal van 1940 tot juni 1944 ongeveer 531.000 Nederlanders uitgezonden werden naar Duitsland, waarvan 143.000 daarvan ondertussen al waren teruggekeerd eind 1943?
- ... er 63.000 Amsterdamse arbeiders in Duitsland tewerk werden gesteld tijdens de Tweede Wereldoorlog?
Lees voor meer informatie:
Cecile van der Harten, Siebrand Krul, Geert Mak e.a
., Als de dag van gisteren, honderd jaar Amsterdam, de Amsterdammers en de oorlog (Zwolle 1991).
P. de Rooy (red.),
Geschiedenis van Amsterdam. Tweestrijd om de hoofdstad 1900-2000(Amsterdam: SUN 2007).
Bianca Stigter,
De bezette stad, Plattegrond van Amsterdam 1940-1945 (Amsterdam 2005).
B.A. Sijes,
De arbeidsinzet. De gedwongen arbeid van Nederlanders in Duitsland 1940-1945(Den Haag: SDU 1990).
Volder, Karel, Van Riga tot Rheinfelden (Amsterdam: Stadsuitgeverij Amsterdam, 1996). (een van de belangrijkste bronnen over Arbeidsinzet)